|
New
Dehli, 23-2-2008.
Rajasthan staat bekend om zijn pracht en praal van de paleizen van de vroegere Maharadja's. Feodale heersers over kleine rijkjes die elkaar bevochten te paard en te
olifant en door hun
volk geëerd werden als echte koningen. De eerste stad die we aandeden was
Udaipur, die bekend staat als het Venetie van India, maar nog meer bekend is
door de film Octopussy van James Bond. Deze film wordt dan ook eindeloos herhaald in de talloze toeristencafe's en
restaurants. Het leuke van Udaipur is dat elk restaurant een dakterras heeft, al is het vanaf de nauwe straatjes
wel even uitvogelen welke de hoogste is of het dichts bij het meer, want anders heb je slechts uitzicht op het
terras van de buren. In ieder geval heb je volop mogelijkheden om 's ochtends je ontbijt te nuttigen met uitzicht
op de twee belangrijkste paleizen aan of in het Pichola Meer: City Palace en Lake
Palace.
Het grootste paleis van
Rajasthan, het City Palace, is totaal gebouwd uit marmer en graniet waarin je dwaalt door
de talloze versierde binnenplaatsen, tuinen, gangen en
haremruimtes. Onze gids, voor dit paleis echt een aanrader, wist talloze bijzonderheden te vertellen, zoals de gewoonte bij elke nieuwe Maharana om gouden
muntstukken uit het raam te werpen voor de bevolking of de vijver in de binnentuin die vol lag met edelstenen en
parels waaruit rijkelijk bedeeld werd voor een mooi optreden van danseressen. De nakomeling van de oprichter van
dit paleis, Maharana Udai Singh, woont nog steeds in een afgezonderd gedeelte van het paleis. De gids leek nog
steeds erg 'koningsgezind' te zijn en was persoonlijk nog trots op het feit dat Udaipur nooit is veroverd, niet
door een andere Maharadja, niet door de Engelsen (slechts zeer goed 'bevriend'), vandaar dat'ie
geen Maharadja is, maar een Maharana, de enige in India (en dat we dat verschil maar goed beseffen!).
Het Lake Palace is het andere
bekende paleis dat in het meer zelf staat en nu een luxe hotel is, waar gasten met de boot naar toe worden gebracht
(terwijl James, geloof ik, al zwemmend en klauterend er schaars geklede dames aantrof).
Na dit toeristenmekka met cappuccino en German Bakery's was Jodhpur weer terug naar af. Een grote Indiase
heksenketel, waar de meeste toeristen dan ook niet blijven, maar snel een bezoek brengen aan het fort en dan weer
verder gaan. Jodhur is de Blauwe Stad, omdat je vanaf het hoog gelegen fort de oude stad ziet liggen, waarvan de
huizen in een vaalblauwe kleur zijn geverfd - tegen de warmte en de muggen schijnt, maar niet gemerkt. India is
hard aan het moderniseren, maar in Jodhpur viel er weinig van te merken: de oude stad deed toch wel zeer middeleeuws aan.
Snel door dus naar de volgende toeristen trekpleister in de woestijn: Pushkar. Onderweg bewonderen we de
Rajasthaanse klederdracht. Mannen met gekleurde tulbanden en kamelenleren puntsloffen. Vrouwen met een goudkleurige
knots van een ring op hun hoofd, bedekt met kleurrijke sluiers. In Pushkar kwamen we weer echte India-gangers
tegen, die we sinds Goa niet meer gezien hadden: langharige hippies en in lappen gehulde
zweveraars. Het woestijn- stadje is een belangrijke hindoe-pilgrimsoord gewijd aan
Brahma, gelegen rondom een grote tank met heilig
water, waar door de pilgrims wordt gebeden en geofferd aan de
ghats. De meeste hippies aanbaden echter een andere
god, namelijk die van de Ganja, wiet. Een veel voorkomend menu item was dan ook
bang-lassi, oftewel special-lassi, oftewel het bekende Indiase yoghurtdrankje gemengd met
ganja.
Meerdere malen troffen we toeristen in verhoogde stemming, ofwel vanwege Hare
Krishna, dan wel Hare Ganja. Ook wij
hebben gezondigd, maar dan niet met bang-lassi, maar met het eten van ei! Pushkar is volstrekt vegetarisch, geen
draadje vlees is te vinden in je curry. Dat is niet erg, we eten in India voornamelijk groente, maar hier mag ook
geen ei geserveerd worden. Een hooggelegen dakterras serveerde echter ei illegaal aan toeristen onder de benaming
'huvos'. Je gerecht werd echter op fluistertoon en afgedekt geserveerd en je mag vooral niet gaan zitten pellen met
je handen boven de dakrand uit. De sfeer in Pushkar is echter bijzonder relaxed, zeker in het Chill Out Cafe van
ons guesthouse, waar elke avond een vuurtje op het dakterras werd gestookt (het was namelijk een zeer Nederlands
temperatuurtje s' avonds van 8 C) en alle EU-landen waren vertegenwoordigd voor kletspraatjes.
Was Pushkar ideaal om te ontsnappen aan de Indiase hectiek, in
Jaipur, hoofdstad van Rajasthan en onze volgende
bestemming, vonden we die weer in hoge mate. De 'roze stad' zoals Jaipur ook wordt genoemd, is vooral bekend van de
Hawa Mahal, het paleis van de wind. Een kenmerkend bouwwerk dat werd gebouwd zodat de vrouwen van de Maharadja
ongezien het straatleven konden aanschouwen en dat er overigens op foto indrukwekkender uitziet dan in het echt.
Het paleis was in tegenstelling tot die van Udaipur en Jodhpur, een tegenvaller. De echte pracht en praal is nog
steeds afgesloten voor het publiek en buiten wordt je werkelijk bestookt door risksharijders die je niet aan het
verstand kan brengen dat je ook wel eens wil lopen.
Onze eindbestemming in India voordat we naar Thailand gingen, was uiteraard Delhi. Een groot verschil met het Delhi
van 4 jaar geleden is de metro. Die is, in tegenstelling tot de rest van de stad, 21e eeuws. Superstille rijtuigen
glijden ongemerkt van het ene naar het andere moderne station; stap je daarbuiten, dan treedt je weer 2 eeuwen terug de tijd in. Toch heeft Delhi een lekker reizigerssfeertje, vooral de straat waar wij normaal verblijven: Pahar
Ganj.
India tot besluit: na ruim 2 maanden is onze mening over India niet anders geworden dan eerst; we hebben prachtige
gebieden gezien en fantastische mensen ontmoet. De mensen zijn ongelooflijk vriendelijk en zitten nooit verlegen om
een praatje. Als je daarvoor openstaat, maak je er de mooiste dingen mee. Toch denk je ook steevast; moet dat nou zo? In het nieuws lees je steeds meer over het wonder van de economie, maar buiten de hoog omheinde glimmende
kantoorgebouwen en grote bolides met donker getinte ruiten merkt Raju met de tulband daar maar weinig van.
Terwijl
Muktesh Ambani, die naar verwachting Bill Gates zal passeren als 's werelds rijkste man, een huis van 27
verdiepingen laat bouwen twv 1 miljard dollar voor zijn vrouw, twee kinderen, oma, zijn 168 auto's (op de eerste 6 verdiepingen geparkeerd) en 600 man personeel, vechten straatkinderen buiten nog om een
chapati. En ga je naar het
postkantoor, dan wel je eigen lijm meenemen, want zowel enveloppen als postzegels plakken hier nog niet
uit zichzelf. Incredible India.
Klik
hier voor het fotoverslag.
|
|