|
Gujarat,
31-1-2008.
Op
het eilandje Diu net voor de kust in Gujarat zijn we eerst heerlijk bijgekomen na twee megasteden, Mumbai en Calcutta, achter de rug te hebben. Om er te komen namen we de nachttrein van Mumbai naar Ahmedabad. Het was de bedoeling daar ook een dag of wat te blijven, maar eenmaal
aangekomen merkten we dat we de buik vol hadden van drukke, lawaaiige steden. Bovendien hadden we hier constant aanvaringen met de riksjahrijders die ons teveel vroegen, de weg niet wisten (of deden alsof)en ons alleen naar hotels wilden brengen waar ze commissie voor kregen.
Dus diezelfde avond pakten we een sleeperbus naar Diu. In Ahmedabad hadden we overdag even de tijd om oude haveli's (huizen) te bekijken en de
moskee. Een sleeper-bus is een geval apart. Naast de gewone zitplaatsen hebben ze bovenin ook ligplaatsen gebouwd. Dus heb je samen een kist van
1,75 x 1,00 mtr (gelukkig zijn we niet zo groot!) om gestrekt te liggen,terwijl je heen en weer wordt geschommeld over de wegen en je het
landschap aan je voorbij ziet trekken. Ware het niet dat we in het donker reden.
Diu was een ware verademing. Klein, overzichtelijk en volop restaurantjes waar ze vis serveerden. Er is verder niet zo veel te doen, maar omdat het een oude Portugese kolonie is geweest, heeft het een Zuid-Europese 'feel'.Het dagelijkse ritme gaat in een heel rustig tempo. De mensen slenteren wat rond of staren vanaf een bankje melancholiek uit over het water. Het is dan ook een ideaal weekendtripje voor Indiërs uit Ahmedabad en andere
steden. Niet alleen om de zee en de vis, maar ook om het soepele alcoholbeleid. Een aantal staten en steden van India, waaronder Rajasthan
merkten we later op de reis, staan 'droog'.
Maar in Diu is de alcohol volop aanwezig en zelfs goedkoop
Dat
trekt een hoop vrijgezelle Indiase mannen aan, die en masse in de weekenden feest komen vieren,vooral bij het iets voorbij Diu gelegen Nagoa Beach. Ook wij gingen onze aankomst in een eindelijk weer eens relaxte bestemming vieren met een glaasje Port,
maar helaas smaakte het alsof de fles nog door de Portugezen zelf was achtergelaten. Maar ja, wat wil je ook voor E 0,75!
Omdat het Indiase strandpubliek buiten Goa niet bepaald gewend zijn aan zonnebadende westerlingen in zwemgoed en we Nagoa Beach wilden vermijden, zijn we met
de scooter eropuit getrokken. Vlakbij was een relaxt strand, Sunset Point, waar het goed toeven was en we nog even een dipje genomen hebben in de zee
(koud!). Verder had het eilandje een vissersdorpje en een moeras met heel veel watervogels. Als je lang reist, is het soms heerlijk als er 'niet veel' te doen
is! De enige activiteit voor ons was het bezoek aan het oude Portugese fort, waar ik nog met handen en voeten een Indiase bezoeker moest uitleggen hoe een
kanon werkte. Verder hebben we vooral rondgeslenterd door de smalle straatjes met oude vervallen villa's in Portugese stijl en poedersuikerwitte kerken, die
niet meer in functie zijn. Onze echte bestemming in Gujarat was
Bhuj, de hoofdstad van het district Kutch, in het noorden aan de grens met Pakistan. Hier wonen heel veel verschillende ethnische groepen, die ooit met hun kamelen- en geitenkuddes vertrokken zijn uit de droge gebieden van Pakistan, Iran en zelfs
Centraal-Azië. De van oorsprong nomaden hebben zich de laatste 500 jaar op de zoutvlaktes van Kutch gesetteld (niet echt een verbetering van omstandigheden, zou je denken) en
leven nog steeds van hun vee, waaronder dus kamelen, of hebben zich als landbouwer gevestigd. Elke ethnische groep, zoals de Rabari's, de Jats en de Harijan,heeft haar eigen gebruiken en gewoonten en zien er anders uitgedost uit. Naast het dagelijkse werk op het land zijn ze nu ook bekend om hun
handwerk. De vrouwen maken prachtig borduurwerk vaak met spiegeltjes erin verwerkt. Van oorsprong was het borduurwerk hun uitzet, in de vorm van mooie
kleding en hoofddoeken. Een meisje leert het van haar moeder en begint al op haar 10e jaar met het maken van haar uitzet. Tegen de tijd dat ze trouwt
beschikt ze over verschillende kledingstukken ieder met hun eigen status en onderscheiding. Inmiddels zijn verschillende NGO's (non-government organisations) bezig het handwerk voor de toekomst te
verzekeren tegen vergetelheid en wordt het borduurwerk van de vrouwen ingezet om extra inkomsten te genereren onder de anders arme bevolking.Normaal zijn we tijdens het reizen altijd goed in staat belangrijke festivals te missen (twee dagen na ons vertrek was er in Ahmedabad een heel leuk -
schijnt het - vlieger- festival, met honderden papieren vliegers in de lucht, die elkaar proberen te snijden door stukjes glas bevestigd aan de lijntjes. Een welbekend iets onder de lezers van de roman 'De Vliegeraar' van Khaled Hosseini. Dat hebben we dus weer mooi gemist, hadden we er maar niet zo snel de brui aan moeten geven.). Maar dit keer hadden we geluk. Bij toeval kwamen we er achter dat een van de organisaties voor het behoud van het handwerk
een Mela aankomend weekend zou houden, een festival. Hierbij zouden honderden dorpsbewoners met hun handgemaakte producten uit dorpjes ver uit de omgeving bijeenkomen. Alle toeristen waren welkom(en bleek later werden helemaal in de watten gelegd met gratis eten,chai en transport!) en het was twee dagen lang cultuur snuiven met mode- shows, dans en muziek.
Hoewel we in Kutch voor de'handicrafts' waren gekomen, moeten we eerlijk bekennen dat we tijdens de Mela er niet echt oog voor hadden, zo werden we afgeleid door de pracht en praal van, met name, de vrouwen.
De Rabari's gehuld in zwarte doeken, hadden prachtige kleurrijke hesjes eronder aan met spiegelwerk voorzien, de armen vol tatoeages. De oorlelletjes hingen
bijna op de schouders door het gewicht van de gouden oorringen.
De Harijan hadden het meest fijne, en priegelige borduurwerk aan, in oogverblindende kleuren en een zware, ronde halsbanden van zilver. Hun armen waren van onder tot boven aan de oksels bekleed met armbanden. De onderarmen met armbanden in alle kleuren
en de bovenarmen met stevige witte plastic ringen. De mannen, bijna onzichtbaar tussen het geglim van de dames, waren getooid met tulbanden die de clan
aangeven, waartoe ze behoren. Hun lange, goedverzorgde baarden en krulsnorren, staken fier vooruit. Aan zandduin-kleurige ogen en scherpe neuzen kon je
makkelijk hun herkomst uit verre streken herleiden.
De Mela was werkelijk perfect georganiseerd. In de middle-of-nowhere staat de school van de organisatie, Kala Raksha, met verschillende gebouwtjes in de
droge en lege vlakte. Er was volop eten en zonder dat we het wisten had men een perfecte lunch voorbereid voor ons. Normaal werken de dorpsbewoners vanuit
huis en het was voor hun duidelijk ook een feest om eens allemaal bij elkaar te zijn. Er werd gedanst en traditionele muziek gespeeld, zoals de dubbele fluit
(Jodia Pava) die gelijktijdig wordt bespeeld. De ene fluit blaast de
grond- toon en met de andere wordt de melodie gespeeld. Vrouwen groepten bij elkaar om elkaars handwerk te bewonderen en de school liet zien dat ze nu borduurwerk maken
buiten de tradities om maar met de nadruk op de artistieke vrijheid van de maaksters. Het is voor de school belangrijk dat de vrouwen er plezier in hebben en dat ze niet afstompen voor commercie, maar dat elk werkstuk een kunstwerk
wordt geheel naar eigen inzicht. En door Khala Raksha worden de geborduurde stukken voor een eerlijke prijs, door de vrouwen zelf bepaald, afgenomen en verwerkt in modieuze artikelen.
Om de Mela te bereiken hebben we overnacht in Mandvi, 60 kilometer van Bhuj. In Mandvi was het duidelijk - net als in heel India - bruiloftenseizoen. Net aangekomen werden we op straat al meegezogen in een dansparade van een Jain bruiloft. Werkkamelen (de kamelen worden ingezet bij werkzaamheden aan de weg, om
steen te versjouwen) sjokten langs de boulevard, waaraan nu geen water lag, maar wel een dok met mega-gigantische houten met de hand getimmerde vrachtschepen, bestemd voor rederijen in het Midden-Oosten. Gemiddeld duurt de bouw twee jaar en als ie eenmaal klaar is, moet het net
moesson zijn, zodat het water het schip bereikt. Eenmaal weer in Bhuj zijn we op zoek gegaan naar de beste producten voor ons bedrijf en zijn daarbij terechtgekomen bij een traditionele wever en zijn broers, Vankar Vishram. Hun vader was in 1974 een handicrafts-prijswinnaar (en heeft van Indira Ghandi persoonlijk een prijs
overhandigd gekregen) en zijn zoons zetten het trotse werk voort. Bij een andere NGO, die op dezelfde manier werkt als
Kala Raksha, vonden we erg mooie handtasjes en kussenhoezen, natuurlijk handgeborduurd door de verschillende groepen vrouwen.
Vanuit Bhuj konden we nog wat dorpjes in de omgeving bezoeken en zo
kwamen we nog in een traditioneel Rabari-dorp terecht, waar de muren van binnen gestuct zijn met klei vermengd met kamelen- en ezelpoep (voor de vastigheid) en ingelegd met ontelbare kleine spiegeltjes. We speelden met de gedachte mooi
bewerkte spiegels te laten maken (dat kunnen ze namelijk, een grote spiegel in het midden met de zijkanten bewerkt op de traditionele manier), maar helaas hadden we er geen tijd meer om een paar dagen te wachten op het zongedroogde prototype. We houden het nog wel in gedachten. Bhuj zelf is duidelijk zwaar
getroffen door een heftige aardbeving in 2001. Heel veel gebouwen zijn ingestort en 15.000 inwoners zijn omgekomen.
Nog steeds zie je de restanten van ruïnes, maar de bevolking heeft het dagelijkse leven allang weer opgepakt. En van alle vriendelijke mensen, die we tot nu toe zijn tegengekomen (heel wat),
waren de Gujarati's het allervriendelijkst. Overal word je heel openhartig ontvangen met een glimlach van oor tot oor, er rijden de meest eerlijke rikhsja's
ter wereld (je hoeft vooraf niet eens de prijs te bepalen, ze noemen gewoon eerlijk het bedrag, niet meer dan dubbeltjes voor ons) en nergens hebben we zo
vaak een maaltijd gratis aangeboden gekregen als hier. Je vraagt je af waarom alle toeristen in India naar Rajasthan gaan!!
Klik
hier voor het fotoverslag.
Klik
hier voor foto's van de Kala Raksha Mela.
|
|