|
De
natuur van India, 17-1-2008: Sunderbans, Diu en Sasan Gir.
Omdat niet alleen maar stof te happen in de steden, hebben we onlangs
twee natuurparken
en een vogelreservaat bezocht; we missen onze poes Saar zo dat we op zoek gingen naar wat
echte katten. Een tijger en een leeuw om precies te zijn. India zit vol met natuurparken, maar er zijn er geen twee zo verschillend als de Sunderbans en Sasan
Gir. De Sunderbans zijn onderdeel van Ganges- en Bramaputradelta in Oost India, dus nat, groen, vlak en het leefgebied de Bengaalse tijger. Een grote, tropische Biesbosch die alleen maar met de boot is te bezoeken: de tijgers zijn zo'n beetje gewend geraakt aan mensenvlees. Je kunt er nauwelijks lopen trouwens, want je zakt tot je
knieën weg in de blubber. Het is wel een prachtig gebied met ongelooflijk veel kanaaltjes die dagelijks twee keer eb en vloed kennen. Dat maakt tijgers spotten lastig, want de sporen worden vanzelf weer gewist. Als je een spoor ziet, is het
vers; dan
moet er een tijger in de buurt zijn!
Bengaalse tijgers zijn, behalve menseneters, ook goeie zwemmers die regelmatig eilandhoppen op zoek naar wat lekkers. Er was dus voldoende reden om te veronderstellen dat de kans om hier een tijger zien vrij groot was. Onze gids op de boot had er al zoveel gezien; hij zou er ons zeker een laten zien. Helaas zijn een boot gevuld met kletsende
Indiërs en een gids wiens telefoon belangrijker was dan de stilte die zo hard nodig was bij het bevaren van een klein kanaal niet bepaald de ideale condities om een tijger te verrassen. Buiten de sporen op de oever, was er tijdens de 2 boottochten helaas van de grote kat geen spoor te zien. Toch was het gelukkig geen kat in de zak, want we hebben toch
een krokodil zien zonnebaden, herten, apen en veel vogels gezien en ook intens genoten van de prachtige natuur, niet in het minst door het geweldig verzorgde kamp
aan de rand van de jungle.
Diu
is een eiland in Gujarat, het uiterste westen van India. Het is
een voormalig Portugese handelspost en een heerlijk rustige plek
met een vogelreservaat. Honderden vogels waden door moerasachtige
gebieden op zoek naar eten. Het is vrijwel onmogelijk om er geen
vogels te zien. Een brommertochtje over het eiland bracht ons naar schitterende
afgelegen plekken en als je het zat was, ging je op één van de
vele stranden liggen die het eiland rijk is. Even uitwaaien voor
we weer stof konden gaan happen in Sasan Gir, zo'n 50km ten noorden
van Diu.
Sasan Gir is zoals gezegd een verschil van dag en nacht met de
Sunderbans, maar ook zeer bijzonder. Het is gortdroog grasland, afgewisseld met kreupelhout en ligt in het uiterste westen van India. Het is de enige plek waar nog Aziatische leeuwen te vinden zijn. Ten opzichte van zijn Afrikaanse broer is deze leeuw minder bedeeld in hoofdhaar, maar
desal- niettemin indrukwekkend. Onderweg met de bus naar de plaats Sasan rij je al door het park heen. Links en rechts springen de herten
angstig voor de bus weg; de bussen zijn nog linker voor ze dan de
leeuwen.
Dezelfde avond gingen we op leeuwenjacht. Kort ervoor had ik nog diarree gehad, wat me
toch wel zorgen baarde, want het laatste dat je wil is dat je al hurkend in de bosjes, broek naar beneden, wordt afgeleid door een diepe grom. Met een Amerikaan,
een gids, chauffeur en nog iemand zonder kennelijke rol, maar die zeker niet minder irritant was met zijn mobiel dan onze
Sunderbangids, scheurden we in een klein, geblindeerd minibusje door de graslanden naar
god-weet-waar-naartoe. De vraag was
dan wel vrij legitiem hoe je midden in de nacht in een geblindeerd minibusje
met drie man voor je snufferd een leeuw moet zien.
Omdat de beloning van de gids sterk afhing van een leeuw zien, bleven we
urenlang rondcrossen. Zelfs vanuit een geblindeerde bus in het donker, ga je dan toch de routes herkennen. Nadat de gids met zijn hulp, gewapend met stok en lantaren (een Uzi en vlammenwerper had mij
zinniger geleken) te voet op zoek ging, konden we dan toch eindelijk een leeuw zien, ook te voet. Dan sta je op zo'n 15 meter van een gigantisch beest, waarvan je weet dat als ie niet ver hoeft te zoeken
als hij zin heeft om te snacken. Ineens voelde ik mijn buik weer
opspelen.
Volgens Daan was 't een oud stoffig
mannetje, een soort Felis Leo voor kenners, maar ik moet toch wel bekennen dat het gevoel me bekroop dat ie elk moment kon
toehappen. Maar nee, rustig en zacht grommend slenterde de ouwe
leeuw de bosjes in en ik kon de hand van de telefonerende medepassagier loslaten. Ineens was ik toch wel blij met hem. En hij kreeg al na een half uur weer het gevoel terug in zijn
hand plus zijn geld, dus ook hij was blij.
's
Nachts in bed meende ik een aantal keren leeuwengebrul te horen;
volgens de mensen van het guesthouse zitten ze dan bij de rivier
in buurt te drinken. Gelukkig was het huis waar we sliepen net als
alle andere hoog ommuurd. Goed, wel een leeuw, maar geen tijger. Toch een aardig resultaat. En als we weer terug zijn in Nederland, nemen we gewoon een
palmenplant en onze poes Saar op een zomerse dag mee naar de
Biesbosch...
Klik
hier voor het fotoverslag.
|
|