Contact | Over ons | Nieuwsbrief

 
 
 

home > reizen  > Bombay

Mumbai (Bombay), 14-1-2008.
Het vorige verhaal over Calcutta illustreerde misschien een wat minder moment als reiziger in India. Maar het zou niet eerlijk zijn India negatief af te schilderen. Het is soms moeilijk India te vatten wanneer je alleen kijkt vanuit je eigen perspectief omdat alles hier zo anders is dan wat je thuis bent gewend. Maar India is welbeschouwd een heel warm land (en daarmee bedoelen we nu niet de temperatuur). 

Het land is 6 x zo groot als Frankrijk, maar met 20 x zoveel inwoners. Gek genoeg wonen we in Nederland met net zoveel mensen per km2, maar een groot deel van India is nauwelijks bewoonbaar door woestijn en bergen. Mensen leven in India dus altijd met elkaar en iedereen speelt daarin zijn eigen rol. De taxichauffeur die de weg niet weet, omdat hij oorspronkelijk van buiten de stad is, vraagt het gewoon aan elke rikshjarijder op straat. Zes anderen komen daarbij te hulp, wat meestal de verwarring groter maakt, maar toch komen we altijd waar we moeten zijn. Overal zie je kleine en grote groepen mensen samenwerken en vaak toch met heel veel plezier met elkaar en met trots. De obers zijn oprecht blij ons een tweede keer te zien in hun restaurant en zorgen dat het ons aan niets ontbreekt. Soms staan ze daarbij letterlijk naast je tafel toe te kijken. En ze vergeten geen enkele bestelling, kom daar in Nederland maar eens om! Als er iets gesjouwd moet worden, is er altijd een helpende hand. Ben je op zoek naar een kartonnen doos, om een pakket naar Nederland te sturen, dan komt uit het niets iemand er een aandragen. Sta je te puzzelen boven de kaart in de Lonely Planet, dan vraagt er iemand of hij van dienst kan zijn. En als er een kar volgepropt met arbeiders voorbij rijdt en je roept en zwaait heel enthousiast 'hello' terug, dan is hun dag, lijkt het, helemaal gemaakt.

Het is misschien voor onze begrippen zielig, dat iemand 10 uur per dag bezig is, 7 dagen per week om de was van anderen te doen, maar als we zelf zouden gaan ploeteren in een veel te kleine badkamer, in een niet al te schone emmer en een kamer waar je kleren toch niet droog worden, dan ontneem je de dhoby-wallah zijn kans wat extra roepies te ver- dienen. In India zijn ze gewend aan hun rol, welke rol dan ook, en niet meedoen als Westerling is in hun ogen alleen maar gek, vooral als je het je kan permitteren dat iemand iets voor je doet. Maar vaak ook doen ze iets voor je, gewoon omdat ze blij zijn dat je hun land bezoekt. Vandaar dat we ook elke dag wel een paar keer worden uitgehoord op straat of we het naar ons zin hebben en of we India mooi vinden. 

Een echte eye-opener in Mumbai was voor ons een tour door de slums - de sloppenwijken van Bombay. De grootste van Azie zijn hier, waar miljoenen mensen leven en als je met het vliegtuig aankomt, dan zie je dat je naast de eerste hutten landt. De wielen raken net de golfplaten daken niet. De tour werd georganiseerd door Reality-tours en een tocht door de werkelijkheid was het zeker. Vooraf waren een paar voorwaarden. We moesten bescheiden (lees: niet te bloot) gekleed gaan, het liefst dichte schoenen en we mochten geen foto's maken. De tocht met een ervaren gids, een knul van een jaar of 20 die zelf op zijn 14e van het platteland naar Mumbai was getrokken, maar nu met vloeiend Engels zijn brood verdiende, leidde ons naar de Dharavi Slum. Meer dan de helft van Mumbai woont in zo'n slopenwijk en Dharavi is de grootste. Het doel van Reality-tours is om te laten zien, dat slums niet een verspilling is van terrein door nietsnutten (wat de mening is van vooral projectontwikkelaars in India), maar een leefgemeenschap waar de stad niet meer zonder kan. 

In de slum wordt heel hard gewerkt, er zijn regels en er is een echte economie met een omzet van $650 miljoen per jaar. Je zou verwachten dat in zo'n ghetto veel geweld is, maar dat schijnt mee te vallen volgens Ravi onze gids. De mensen werken er te hard voor, er is politie en regels waar men zich aan houdt en sinds er in de jaren '90 rellen zijn geweest tussen Hindoes en Moslims leeft de buurt redelijk gescheiden van elkaar. Wij bezochten het moslim-gedeelte, vandaar de kledingvoorschriften.

Ondanks de positieve praatjes vooraf was het vooral schokkend om te zien. We bezochten eerst het 'werkgedeelte' van Dharavi. Vanaf de grote weg, waarlangs de slum lag, begon het al met de enorme stortplaats met afval en plastic, waar kleine jongetjes op blote voeten door heen banjerden, met zakken met plastic op de rug. Met Ravi en twee andere touristen gingen er de eerste nauwe gang in. Zodra je de slum inging, kwamen de muren en de stank op je af. De gangetjes werden zo nauw dat je zijdelings moest lopen omdat overal mensen passeerden. Overal staken stukken hout en golfplaat uit met scherpe randjes. Door de nauwe doorgangen verdween het zonlicht. De paden waren glibberig van modder en de in het midden lopende geul met stinkende zooi. Overal lag plastic vertrapt. Ik heb gelezen dat mensen 's nachts liever hun behoefte voor de deur doen om het dan te gevaarlijk is om naar de openbare latrines aan de zijlijnen van de wijk te lopen. Bovendien maakten de aanwezige beesten het er ook niet schoner op. Als je opkeek zag je op elke vierkante meter mensen werken in hokjes en kamertjes. Met Ravi bezochten we wat van die werkplekken, van mensen die hij goed scheen te kennen. Niemand sprak met ons, alleen met Ravi.

Op de eerste plek waren mensen plastic afval aan het sorteren. En dan ook niet een beetje. Het leek of al het afval van de wereld zich hier had verzameld. Flessen voor water, frisdrank, zakjes van chips, paan en shampoo (hier kan je shampoo per zakje kopen voor 1 of 2 beurten, omdat de meeste een hele fles niet kunnen betalen), vliegtuig bestek, het was er in tonnen aanwezig. De mensen liepen er door en erover en sorteerden het op kleur. Verderop stonden lawaaierige machines en mannen in het zweet het plastic weer tot pellets te verwerken. Even later liepen we een nog donkere hal in met een indringende chemische lucht. 

Hier stonden mannen met roetzwarte gezichten voor 100 roepies (1,80 euro) per dag metalen vaten van grote verf- en oliemaatschappijen zonder enige bescherming voor handen en gezicht te reinigen. En ik bedoel echt de grote merken, zoals Elf. En dat werd, volgens Ravi, afgesproken door middle-men, die de opdrachten kregen van die maatschappijen en dit weer doorverhandelden als partijen aan de slums. De mannen, zei Ravi, verdienden er genoeg mee om hun gezin in hun dorp mee te onderhouden. Ze krijgen ook kost- en inwoning (in de hal tussen de verfdampen) en als ze niet te moe waren, konden ze naar een Bollywood-movie als verzetje. Zo werden we langs verschillende werkterreinen geleid, er waren stalletjes voor de gewone boodschappen, een gebied was er om al het terracotta-aardewerk te maken dat wordt gebruikt als theekopjes bij de chai-stalletjes of de yoghurt. Of voor de kruiken om water te halen bij de pomp. Half Bombay had het aardewerk van Dharavi Slum nodig en de ovens tussen de huizen gloeiden dan ook doorlopend om de potten te bakken, waardoor het nog warmer werd in de steegjes. 

We gingen verder naar een gebied, waar we eigenlijk niet mochten komen, want hier waren dag in, dag uit, vrouwen papadums (een soort crackers met komijn, die worden gefrituurd en je bij je curry eet) aan het bakken voor het grootste papadum-merk van India. En dat wilde het bedrijf liever geheim houden. Maar het was goed en schoon werk en de vrouwen konden zo ook hun steentje bijdragen.

Het woongedeelte was apart en ook daar brachten we een bezoek, Ravi achterna. De straatjes waren nog smaller en je zag vrouwen in deuropeningen en mensen slapen op matjes. Kookpotjes pruttelden. Kinderen speelden tikkertje en liepen met ons mee. De mensen lachten naar ons en de kinderen wilden allemaal onze hand schudden. We kregen een cakeje aangeboden. Ondanks dat ik kwaad was in eerste instanties op de armoede, al het afval en dat alles door onszelf in stand gehouden, gingen we toch minder bezwaard weg, dan ik voor mogelijk had gehouden. 

Deze Reality-tour had ons doen beseffen dat de mensen in de slums niet zozeer zielig zijn. Ze werken hard en voor ons onder erbarmelijke omstandigheden, maar ze verdienen hun geld. Ze lopen er verzorgd bij, de sari's schoongewassen en met kleurige ringen om hun armen en vingers. Ze slapen niet op straat en vooral, ze hebben elkaar. India heeft deze mensen hard nodig en de mensen hebben ons hard nodig. Zonder onze flessen schoon drinkwater (wat ze zelf niet kunnen permitteren) hebben ze geen plastic te sorteren. Het liefst zie je iedereen een gewoon huis en een schone baan gunnen, maar zolang geen regering iets verandert wat betreft voorzieningen of pensioen, kan je er als individu ook weinig aandoen. Je kan alleen bewondering hebben voor de kracht en de trots, die de mensen hebben in India.

Klik hier voor de foto's.