Contact | Over ons | Nieuwsbrief

 
 
 

home > reizen  > Calcutta

Een ommetje in Calcutta 3-1-2008.
Stel je de Maastunnel, of elke andere tunnel, voor waar je door om- standigheden urenlang vastzit tussen 25 vrachtwagens die onophoudelijk hun uitlaatgassen (ongefilterd!) uitwasemen en je hebt bij benadering de luchtomstandigheden van Calcutta. Zodra je een paar stappen buiten de deur hebt gezet zijn je vingers en je neusgaten zwart van de roet. Je ogen gaan tranen, je keel prikt. Niets helpt ertegen, hoe vaak je je handen ook wast en tussen je tenen, gehuld in slippers, durf je inmiddels al niet meer te kijken. Ook je adem inhouden werkt maar tijdelijk, want daardoor word je zo licht- hoofdig, dat je minder alert bent op straat. En je hebt juist al je reflexen hard nodig. Met een waas voor je prikkende ogen stap je de straat op, dat wil zeggen, niet de stoep, maar gelijk op de weg. De stoep is namelijk voor andere doeleinden gemaakt. 

De stoep is er niet voor wandelaars, maar voor stalletjes en kraampjes vol plastic emmer- tjes, kitscherige hindoeplaatjes, kranten, paan(betelnoot)-bereiders en lokale lekkernijen die walmen in grote pannen. De stoep is voor de honderdduizenden sloebers van buiten de stad om te koken, zich te wassen en hun eten te bereiden. Waar zieke mensen gehuld in lappen roerloos liggen tussen de vliegen, kinderen spelen en vrachtwagenchauffeurs even hun 'toilet' doen. Staat er geen kraam, dan woont er wel een familie in een zelf in elkaar geflanste hut van afval en sprokkelhout, die de toegang verspert. Daarnaast zit een kapper een man op een krukje te scheren met een kapmes en de chapati-wallah rolt zijn deeg uit, alvorens het op een vuurtje te bakken. Zou je dat allemaal kunnen omzeilen, dan nog staan er overal onverklaarbare palen, elektriciteitsmasten en reclameborden, is de stoep ineens weggebrokkeld, moet je over een smurrie-achtig stroompje stappen of staat
er gewoon een riskja-in-ruste de boel te blokkeren. Op de weg is het al niet minder druk. Alles rijdt zonder enige vorm van verkeersregels. De grotere (van vrachtwagen, bus tot Ambassador auto's) drukt de kleinere mobilist aan de kant (autorisksja's, brommer, loop- of fietsriksja om de complete volgorde even weer te geven). Het vei-ligst is natuurlijk om tegen het verkeer in te lopen, zodat je het allemaal op je af ziet komen (wat natuurlijk al beangstigend genoeg is, maar je moet tenslotte weten waar je aan toe bent), ware het niet dat men ook gewoon tegen het verkeer inrijdt als dat korter is. Dus als je net opzij springt om een horde tegemoet lopende Indiers te ontwijken (ze lopen namelijk het liefst vier aan vier), krijg je van achter de spaken van een riksja in je knie. Met een luide toeter erachteraan om te zorgen dat je echt bij de les blijft. Waarschijnlijk had 'ie al de hele tijd getoeterd, maar dat was je net even ontgaan door de sirene die de bus liet schallen en 'n in z'n mobiel blèrende kerel aan je andere zijde. 

Verder heb je nog het zogenaamde 'slipgevaar'. Niet onbegrijpelijk in deze luchtomstandig- heden wordt er nogal veel gerocheld op straat. Vooral in de ochtend moet de keel goed gereinigd worden en dus klinkt er allom een heel diepe 'Ghnooohhrrk', gevolgd door een harde 'Schplat!'. Als je dat geluid eenmaal herkent, is er niks aan de hand en de rest van de dag is het gewoon zorg om de paan-kauwers te omzeilen. Paan is betelnoot, gemengd met kruiden en lime-pasta, gevouwen in een paan-blaadje. Paan werkt verdovend en men kauwt en sabbelt er lustig op los, met de paan in de wang als een hamster. De betelnoot werkt net zo verslavend als sigaretten. Sommigen zijn zoet maar je hebt ze ook gevuld met tabak. Paan gebruikers zijn te herkennen aan hun rode tandjes en aan het rode sap wat ze langs je uitspugen. In hele harde, dunne straaltjes tussen hun tanden door, kunnen ze precies de goot raken. Best knap.

Wat je ook vaak de weg blokkeert zijn de taxi's op zoek naar clandizie, met name jou. Om je aandacht te trekken (en toeteren helpt dus niet), rijden ze je het liefst klem of staan ze stil op je tenen en roepen dan onschuldig 'Taxi?'. Als je dan druk met je armen zwaait om die kar weer weg te jagen, want je had net een vrij gaatje gezien om over te steken, wat nu dus weer te laat is, maai per ongeluk een mand met fruit van iemands zijn hoofd. Bovendien trekt het gewapper alleen maar meer de aandacht van de bedelaar aan de overkant van de stoep, die jou al had verwacht. Dus eindelijk aan de overkant aangekomen, staat de hele familie kinderen klaar om aan je arm te gaan hangen met kleffe handjes en te smeken om wat bhaksies.

Aanstaren is trouwens ook een fenomeen waar je niet aan ontkomt tijdens de wandeling. Ik heb zelfs blinde bedelaars zien omkijken naar me. En normaal zou het complimenteus op te vatten kunnen zijn, maar hier weet je nooit wat erachter steekt. Als het donker wordt (en door de smog schemert het hier al om een uur of vier) en Menno loopt, springt en duikt een paar meter voor me uit - want je kan dus zelden naast elkaar lopen als je hier niet bent geboren en de techniek beheerst - dan botsen er verdacht veel pubertjes en ouder tegen me op (zouden ze niet doorhebben hoe oud ik al ben?). Dus weer flink met de armen zwaaien om losse handjes tegen te gaan of voor Menno uitlopen (maar dat betekent weer dat ik de weg moet klaren). 's Avonds in de kamer vragen we ons soms verwonderd af hoe het komt dat we toch zo moe zijn, zoveel hebben we toch niet gedaan vandaag?

Klik hier voor het fotoverslag.