Contact | Over ons | Nieuwsbrief

 
 
 

home > reizen  > Orissa

Puri, Orissa (Oost India) 27-12-2007.
Ten zuiden van de miljoenenstad Calcutta ligt de staat Orissa, met Bhubaneshwar als hoofdstad. Een klassieke Indiase stad: lawaaierig, druk en stoffig. Het is ook duidelijk een stad waar ze nog niet echt gewend zijn aan toeristen, gezien de veelheid mensen die ons met open mond aanstaren als we voorbij steggelen. Zelfs de honden behandelden ons anders (normaal zijn ze heel gedwee, maar hier kwamen ze af en toe grommend op ons af). Toch heeft de stad verborgen talenten, zoals het oude stadsdeel, waar om de Bindu Sagar-tank heen een vijftigtal tempels liggen en waar je door smalle drukke straatjes het leven kan zien zoals ze dat hier al honderden jaren leven en waarschijnlijk ook nog wel zoveel jaren zullen volhouden.

In Orissa wordt veel handwerk gemaakt en staat bekend om zijn 'hilltribes', exotische bergstammen. Ons interesse ging met name uit naar de bronzen Dhokra-beeldjes die volgens de 'verdwenen was' methode volledig met de hand worden gemaakt door één van de hilltribes. Via een contact in Bhubaneshwar konden we de productie van de beeldjes gaan bekijken. Waar we zijn uitgekomen, weten we niet precies; het was in ieder geval erg, eh, 'lokaal': een dorpje gebouwd uit lemen hutjes met tribal-versieringen op de wanden, vrouwen die met een potje op een vuurtje van sprokkelhout het avondeten voorberei- den en blote kindertjes met snottebellen tot aan hun enkels. Om de productie te zien was fantastisch: de beeldjes worden met veel precisie omwonden met sliertjes bijenwas en de oude man die je op de foto's ziet, had in een mum van tijd uit een klompje was een paar fraai gevormde armpjes compleet met handen en sieraden geboetseerd. Graag hadden we nog een bezoek gebracht aan de hilltribes in het zuiden, maar gezien de reisafstand (ofwel reistijd) en de onrust die er heerst (hindoes versus christenen; het is ten slotte kerst) hebben we daar maar van afgezien.

Om 'kerst te vieren' (lees effe bijkomen) zijn we een paar dagen naar de nabijgelegen kustplaats Puri gegaan. Het ligt aan een breed strand waar je je handdoek met beleid moet neerleggen; het dient namelijk ook als 'ruime toiletvoorziening met uitzicht' voor de lokale vissers, die daar niet bepaald een discrete tijd noch plaats voor uitzoeken (geeft ook niet; het is hun strand). Bovendien is dit gedeelte van India niet de plek om in bikini te zonnebaden, ze  zijn hier nog wat 'puriteins', zeg maar, wat de dames betreft en we krijgen al genoeg aandacht. Ons bezoek viel samen met dat van een paar duizend vakantievierders uit Calcutta, blijkbaar, die allemaal willen weten 'which country' en 'what's your good name'. Je gaat steeds meer een beroep doen op je improvisatievermogen om daar nog op te antwoorden. Alle landen op het Noordelijk halfrond alsook de namen van alle startrek, cq -warskarakters zijn de revue al gepasseerd en jullie worden hierbij van harte uitgenodigd om via de mail suggesties te doen. 
In Puri staat ook de tempel van Jagannath, een verschijningsvorm van Vishnu (één van de belangrijkste Hindoe-goden). De afbeeldingen hier lijken echter meer op Cartman, Stan en Kenny van Southpark, waardoor we geloofsbeleving niet echt meer serieus konden nemen. Je zit toch steeds met die stemmetjes in je hoofd (Oh my God, they killed Kenny!). Helaas zijn de meest belangrijke hindoetempels, zoals die in Bhubaneshwar en Puri, voor ons niet toegankelijk. Als niet-hindoe mogen we betalen om vanaf een platform aan de overkant de tempel van boven te aanschouwen. De truck hiervoor is alvast een briefje van 10 roepie (20 cent) paraat te houden, ondanks het voor je neus gehouden registratieboek, waarin alle andere niet-hindoe voorgangers 'gulle donaties' gedaan hebben van minstens 500,- roepies (yeah, right). Bij de Zonnetempel (na Tibet hebben we een tweede Kuifje-titel voltooid; nu nog 'Raket naar de maan') in Konark, zo'n 37 km verderop met de brommer, mochten we een aantal malen poseren met de bezoekers, zodat we in talloze vakantieboeken prijken als hun beste vrienden. 

Op weg terug naar Puri zagen we voor ons het meeste trieste wat we op 'wildlife' gebied ooit hebben aanschouwd (en gezien het feit dat we China hebben doorkruist, wil dat heel veel zeggen). De weg liep langs het strand en we werden verblijd met de silhouetten van een viertal, schijnbaar zonnende Olive Ridley Turtles, een bedreigde soort reuzen- schildpad. Afdalend naar het strand vonden we dat ze wel erg roerloos lagen; dood dus. Gestikt in vissersnetten. West- en oostwaarts op het strand, zover je kon zien, lagen talloze karkassen. Een intriest gezicht; ook dat is India helaas. Net zoals de vervuiling, die op sommige plaatsen echt absurde vormen aanneemt. Het gekke is; soms ligt de troep huizenhoog naast de sjiekste huizen of prachtigste monumenten. Het is net af dat ze het niet zien of ruiken. Gelukkig is er ook nog heel veel moois, zoals we tijdens de reis naar Orissa konden zien; schitterende plattelandsgezichten met felgroene rijstvelden, wuivende palmen en kleurrijke mensen die ertussen werken. Dat beeld houden we het liefste maar vast, al laten we de vis voor wat 'ie is. Hoe goedkoop ook, wordt de vis hier toch te duur betaald...


Klik hier voor het fotoverslag