|
Mammalapuram
, 10-12-2007.
Onze
eerste treinreis was
naar de andere kust van Zuid-India, de provincie Tamil Nadu, de
kant die in 2004
getroffen werd door de tsunami. De treinreis naar Chennai was
natuurlijk weer een parade van chai(thee)-wallahs, samosaverkopers,
accordeon(?)-spelers en vooral een optocht van toiletgangers, waar
we helaas vlak naast sliepen. Zolang de trein rijdt, ruik je de
walm niet, maar zodra hij stilstaat des te meer. En Indiase
treinen staan ontzettend vaak stil, waardoor we 22 uur deden over
1.000 km
. Genoeg tijd dus om te ontdekken dat je als Tamil man er niet bij
hoort zonder snor en een pen in je borstzakje. Je moet toch wat…
Chennai was vroeger bekend als Madras. Dat klinkt veel exotischer
en kruidiger dan de stad nu werkelijk is; gewoon een drukke,
stinkende, bronchitisopwekkende Indiase stad. Ons doel was dan ook
gelijk door te gaan naar Mammalapuram, twee uur verder met de bus.
Een stad waar de hele dag door het gehamer en getik te horen zou
zijn van de honderden steenhouwers, die hier al generaties actief
zijn. De stad zelf staat ook op de World Heritage lijst vanwege zijn uitgehouwen rotsen en tempels van 1400
jaar oud.
Voor ons misschien een inspirerend begin voor onze zoektocht naar
lokale ‘handicrafts’.
Eerlijk gezegd: we hadden behoorlijk de blues toen we aankwamen.
Weer de zoveelste souvenirzaakjes gerund door Kashmiri’s uit het
noorden, de Tamils zelf leken ook opdringe- riger. Het eten -
waterige curry - viel tegen, kortom, niet wat we ons hadden
voorgesteld bij traditioneel Mammalapuram. Maar je moet nooit een
plaats beoordelen als je 24 uur onderweg bent geweest en moe
aankomt. Net toen we dachten dat het ons nooit zou lukken om onze weg te
vinden in het Indiase zakenleven, ontmoetten we twee
doorgewinterde India-gangers uit Zwitserland, die hier al
jarenlang komen om inkopen te doen. Met hen, Stefanie en Dominique,
zouden we een dag ‘stage’ lopen bij hun onderhandelingen over
zijden sari’s.
En wel in Kanchipuram, de zijdestad van Zuid-India en één van de
zeven heilige plaatsen van India. Een sari is
welbeschouwd een 6 tot 9 meter
lange reep stof van
1 meter
breed, die ingewikkeld wordt omgewikkeld en op de een of andere
manier moet blijven hangen aan je onderjurkje. Ook zeer geschikt
als gordijnstof volgens Stefanie, misschien iets eenvoudiger voor
een praktische Hollandse.
De volgende
dag viel Mammalapurum gelukkig niet tegen. Het gehamer en gebeitel
was inderdaad niet van de lucht en overal zagen we Ghanesh,
Parvatti en andere goden ontstaan uit steen. We hebben nog
overwogen of we de ‘blackstone’ Ghanesh-beeldjes zouden
inkopen, maar de verzendkosten in verband met het gewicht hielden
ons tegen. Maar mocht iemand interesse hebben na het zien van de
foto’s......
|
|